Lumen naar watt: zo vergelijk je LED met gloeilampen (met tabel + slimme vuistregels)
Je wilt een oude gloeilamp vervangen door LED en denkt: “Ik had altijd 60 watt, dus ik zoek 60 watt.” Alleen… dat werkt niet meer. Bij LED zegt watt vooral iets over energieverbruik, niet over lichtsterkte. Daarom moet je leren denken in lumen. In dit artikel krijg je een duidelijke omrekentabel (lumen ↔ “oude watt”), maar vooral ook de logica erachter—zodat je niet per ongeluk te fel of juist te donker uitkomt.
Wil je eerst snappen wat lumen precies is en hoe je het per ruimte gebruikt? Lees dan uitleg over lumen. En als je je hele huis slim wilt aanpakken, start met lichtplan maken. Voor het totaaloverzicht ga je terug naar de verlichtinggids.
Waarom “watt” je op het verkeerde been zet
Vroeger (gloeilampen) was het simpel: meer watt = meer licht, ongeveer. Maar bij LED is watt vooral:
- hoeveel stroom de lamp verbruikt,
- en dus hoeveel energie (kWh) je betaalt.
Twee LED-lampen van 7 watt kunnen tóch heel verschillend zijn in lichtopbrengst, afhankelijk van:
- efficiëntie (lm/W),
- ontwerp (warmteafvoer, driver),
- en optiek (lens/diffuser).
Conclusie: wil je lichtsterkte vergelijken, kijk je naar lumen, niet naar watt. Hoe je lumen praktisch toepast lees je in lumen uitleg.
De omrekentabel: lumen naar watt (gloeilamp-equivalent)
Onderstaande tabel is een handige indicatie om te begrijpen welke LED-lumen ongeveer overeenkomen met de oude gloeilamp-watt. Het is geen exacte wetenschap, maar in de praktijk werkt het goed als startpunt.
Richtlijn: gloeilamp-watt → lumen
- 15 W ≈ 120–150 lumen
- 25 W ≈ 200–250 lumen
- 40 W ≈ 400–470 lumen
- 60 W ≈ 700–850 lumen
- 75 W ≈ 1.000–1.100 lumen
- 100 W ≈ 1.400–1.600 lumen
- 150 W ≈ 2.200–2.600 lumen
Richtlijn: lumen → “oude watt”
- ~150 lm ≈ 15 W
- ~250 lm ≈ 25 W
- ~450 lm ≈ 40 W
- ~800 lm ≈ 60 W
- ~1.050 lm ≈ 75 W
- ~1.500 lm ≈ 100 W
- ~2.400 lm ≈ 150 W
Tip: als je twijfelt tussen twee lumenwaarden, kies liever iets hoger mét dimmogelijkheid. Lees dan wel eerst dimbare LED en check LED dimmer compatibel (om flikkeren te voorkomen).
Waarom dezelfde “equivalent” soms anders voelt
Je hebt een “60W equivalent” gekocht, maar het voelt minder (of juist véél feller) dan vroeger. Dat kan meerdere oorzaken hebben.
Kelvin (kleurtemperatuur) verandert je beleving
Koeler licht (hoger kelvin) voelt vaak feller en “harder” dan warm licht, zelfs bij dezelfde lumen. Daarom kan 800 lumen koel wit onprettig fel zijn, terwijl 800 lumen warm wit juist prima werkt.
Wil je de juiste kelvin per ruimte? Bekijk kleurtemperatuur en kelvin.
Het armatuur “eet” licht
Plaats je dezelfde lamp in:
- een open armatuur (veel licht naar buiten), vs
- een kap of opaal diffuser (zachter, maar minder output),
dan kan de ruimte heel anders ogen. Zeker bij plafondlampen speelt dit mee—meer hierover in plafondlamp kiezen.
Bundelhoek en richting: spot ≠ peerlamp
Een spot met 400 lumen kan heel fel lijken op één plek, terwijl een peerlamp met 400 lumen de ruimte zachter vult. Spots vragen dus om een ander denkmodel (plaatsing + bundelhoek). Zie inbouwspots plaatsen.
CRI: kleuren beïnvloeden “helderheid”
Een lamp met lage CRI kan kleuren dof maken. Daardoor voelt een ruimte soms “grauw” en minder levendig, zelfs als het aantal lumen prima is. Zeker in keuken/badkamer is dat belangrijk—lees CRI-waarde.
Hoe gebruik je lumen-naar-watt in het echte leven?
De tabel helpt bij 1 lamp. Maar woningen werken met meerdere lichtpunten. Hier is de manier waarop het wél praktisch wordt:
Begin met functie en zones (lichtplan)
In plaats van “één 100W equivalent voor de hele woonkamer”, denk je in:
- basislicht,
- taaklicht,
- sfeerlicht.
Dat bouw je op met meerdere bronnen. Start bij lichtplan maken.
Vervang 1-op-1, maar check het effect
Vervang je een gloeilamp in een bestaande armatuur?
- kijk welke watt je had (bijv. 60W),
- kies de lumenrange (700–850 lm),
- check kelvin (warm/neutraal) via kleurtemperatuur & kelvin,
- check of je dimt (dan: dimbare LED).
Bij renovatie: denk liever in lumen per ruimte
Bij een nieuwe setup is “oude watt” minder relevant. Dan kies je op:
- gewenste sfeer (kelvin),
- goede kleurweergave (CRI),
- genoeg licht op werkvlakken (lux).
Voor werkvlakken is lux vaak de betere maat. Zie lux verlichting en specifiek voor thuiswerken verlichting werkplek thuis.
Veelgemaakte fouten bij omrekenen (en hoe je ze voorkomt)
Een “equivalent” label blind vertrouwen
Sommige verpakkingen zijn optimistisch. Check altijd de lumenwaarde.
Dezelfde lumen kiezen, maar andere kelvin nemen
Woonkamer: vaak warmer en rustiger. Keuken/werk: vaak neutraler. Zie kleurtemperatuur & kelvin.
Dimmen toevoegen zonder compatibiliteit
Resultaat: zoemen, flikkeren, lamp valt uit. Check LED dimmer compatibel en bij klachten LED flikkeren.
Spots behandelen als “een gewone lamp”
Bij spots bepaalt plaatsing alles. Lees inbouwspots plaatsen.
Alleen basislicht doen
Dan moet basislicht te fel worden om taaklicht te compenseren. Voeg taaklicht toe (bijv. keuken onderkast, leeslamp). Voor keuken: verlichting keuken.
Snelle tips: wanneer kies je hoger of lager dan de tabel?
Kies vaak iets hoger dan de tabel als:
- je armatuur licht afschermt (kap/diffuser),
- je donkere muren/plafond hebt,
- je hoge plafonds hebt,
- je veel indirect werkt.
Kies vaak iets lager dan de tabel als:
- je lamp direct in zicht is (risico op verblinding),
- je veel kleine lichtbronnen hebt (sfeerplan),
- je koelere kelvin gebruikt (voelt al feller),
- je zeker weet dat je gaat dimmen.
FAQ
Is “60W equivalent” altijd rond 800 lumen?
Meestal wel (ongeveer 700–850 lm), maar het blijft een range. Check altijd de exacte lumen op de verpakking.
Waarom voelt mijn 800 lumen LED feller dan vroeger?
Vaak door hogere kelvin (koeler licht) of doordat LED meer gericht licht kan geven. Zie kleurtemperatuur & kelvin.
Kan ik gewoon meer lumen nemen en dimmen?
Ja, dat is vaak slim—maar zorg dat lamp en dimmer compatibel zijn. Start bij dimbare LED en check LED dimmer compatibel.
Verder lezen
Terug naar overzicht: verlichtinggids
Begrijp lumen goed: lumen uitleg
Kies de juiste LED-lamp: LED lamp kiezen

