Lichtplan maken: zo ontwerp je verlichting die wél werkt (basis, taak en sfeer)
Een goed lichtplan is het verschil tussen een huis dat “net niet klopt” en een interieur dat meteen prettig aanvoelt. Vaak wordt verlichting pas als laatste gekozen (“we nemen wel een mooie lamp”), waardoor je eindigt met schaduwen op het aanrecht, te fel licht in de woonkamer of een eettafel waar je in de lichtbron kijkt. In dit artikel leer je stap voor stap hoe je een lichtplan maakt dat praktisch én sfeervol is—met heldere regels voor lichtpunten, zones, schakelingen en het kiezen van armaturen.
Wil je eerst de complete overzichtsgids met alle onderwerpen (lumen/kelvin/CRI/dimmen en ruimte-adviezen)? Ga dan terug naar de verlichtinggids.
Wat is een lichtplan (en waarom gaat het zo vaak mis)?
Een lichtplan is een overzicht van:
- waar je lichtpunten plaatst,
- welke functie elk lichtpunt heeft,
- hoe je ze bedient (schakelaars/dimmers/sensoren),
- en welke armaturen je gebruikt.
Het gaat vaak mis door drie klassieke fouten:
- Één centraal lichtpunt per ruimte (schaduwen + “plat” licht).
- Geen taaklicht op plekken waar je écht ziet/werkt (keuken, bureau, spiegel).
- Verkeerde combinatie van lamp en dimmer (flikkeren, zoemen, beperkte dimrange).
Als je die drie al voorkomt, ben je halverwege.
De basis: 3 lagen licht (de gouden regel)
Een sterk lichtplan bestaat bijna altijd uit drie lagen:
Basislicht (algemene verlichting)
Zorgt dat de ruimte overal bruikbaar is. Denk aan een plafondlamp, meerdere spots (goed gepland), indirect licht of een combinatie.
Taaklicht (functioneel licht)
Voor werkplekken en handelingen: koken, lezen, make-up, schoonmaken, bureauwerk. Taaklicht is gerichter en vaak helderder.
Sfeerverlichting (accent/gezelligheid)
Geeft diepte en warmte: wandlampen, tafellampen, spots op een muur, LED-strips in een koof of kast.
Praktisch uitgangspunt:
- Basislicht maakt de ruimte “bruikbaar”.
- Taaklicht maakt de ruimte “comfortabel om te doen”.
- Sfeerlicht maakt de ruimte “mooi om in te zijn”.
Stap-voor-stap: zo maak je een lichtplan dat klopt
Teken een simpele plattegrond (hoeft niet netjes)
Pak papier (of een schets-app) en teken:
- muren, ramen, deuren,
- vaste meubels (bank, eettafel, keukenblok, bed),
- looproutes (waar je loopt in het donker).
Markeer daarna de zones: zitplek, eettafel, keukenwerkblad, spiegel, bureau, kast, hal.
Schrijf per zone de functie op
Voor elke zone: wat doe je hier?
Voorbeeld woonkamer:
- bankhoek: tv/ontspannen (sfeer + zacht basislicht)
- leesplek: lezen (taaklicht)
- looproute: veilig lopen (zacht, gelijkmatig licht)
Bepaal per zone welke lichtlaag je nodig hebt
Gebruik deze snelle mapping:
- Basis: elke ruimte (altijd)
- Taak: werkblad, bureau, spiegel, leesplek (bijna altijd)
- Sfeer: woonkamer, slaapkamer, eettafel, hal (meestal)
Reken “genoeg licht” uit (zonder ingewikkeld gedoe)
Je hoeft geen ingenieur te zijn, maar je moet wél weten of je voldoende licht plant. Begin met lumen (lichtopbrengst) en soms lux (licht op het werkvlak).
- Wil je snappen wat lumen is en hoe je het gebruikt? Lees uitleg over lumen.
- Moet je oude gloeilampen vervangen? Gebruik lumen naar watt omrekenen.
- Voor werkplek/keuken is lux extra handig: zie lux uitgelegd.
Vuistregel: beter iets te veel basislicht dat je kunt dimmen, dan te weinig licht waar je altijd last van hebt.
Kies per zone het type armatuur (functie vóór stijl)
Nu pas ga je naar armaturen kijken. Handige richtlijnen:
- Basislicht: vaak plafondlampen of meerdere lichtpunten
- Taaklicht keuken: spots/onderkast/strip (vaak combinatie) → zie keukenverlichting en LED-strip installeren
- Sfeer + accent: wandlampen, vloerlampen/tafellampen
- Eettafel: hanglamp(en) → check hanglamp hoogte boven de tafel en verlichting boven eettafel
- Spots/inbouwspots: alleen als je ze goed plant → inbouwspots plaatsen
Bepaal kelvin en CRI per ruimte (zodat het prettig voelt)
Licht kan technisch “genoeg” zijn, maar tóch onprettig aanvoelen door verkeerde kleurtemperatuur of slechte kleurweergave.
- Voor warme vs neutrale vs koelere tinten: kelvin en kleurtemperatuur
- Voor natuurgetrouwe kleuren (keuken/badkamer/spiegel): CRI-waarde uitgelegd
Mini-advies:
- Woonkamer/slaapkamer: vaker warmer en sfeervriendelijk.
- Keuken/werkplek: neutraler voor scherpte.
- Badkamer/spiegel: let extra op CRI (huidskleur, make-up).
Schakelaars, groepen en dimmen (hier win je comfort)
Een perfect lichtplan kan alsnog frustreren als je alles met één schakelaar aan/uit zet. Maak liever 2–4 groepen per ruimte:
- basis apart,
- taaklicht apart,
- sfeerlampen apart.
En als je gaat dimmen: plan het goed, want LED en dimmers zijn kieskeurig.
- Start met dimbare LED: hoe werkt het?
- Check LED dimmer compatibiliteit
- Heb je last van knipperen? Zie LED flikkeren: oorzaken en oplossingen
Praktische lichtplannen per ruimte (snelle templates)
Woonkamer (comfort + sfeer)
Doel: flexibel voor tv, praten, lezen.
- Basis: plafondlamp of indirect
- Taak: leeslamp bij bank
- Sfeer: wandlamp/tafel-/vloerlamp op ooghoogte
Meer voorbeelden: woonkamerverlichting.
Keuken (taaklicht eerst)
Doel: schaduwvrij werkblad.
- Taak: onderkast of spots gericht op werkzone
- Basis: gelijkmatig licht in de ruimte
- Accent: in nis/koof/onder plint (optioneel)
Handleiding: keukenverlichting.
Slaapkamer (rust + route)
Doel: ontspanning, maar wel functioneel.
- Basis: zacht, liefst dimbaar
- Taak: leeslicht naast bed
- Route: zacht licht naar kast/badkamer
Tips: slaapkamerverlichting.
Badkamer (veilig + spiegellicht)
Doel: veilig licht én goed gezichtlicht.
- Basis: plafond + zones/IP
- Taak: spiegel (liefst schaduwarm)
Alles: badkamerverlichting.
Hal/overloop (veilig en verblindingsvrij)
Doel: gelijkmatig licht zonder harde hotspots.
- Basis: rustig, breed stralend
- Extra: sensor (optioneel)
Meer: hal en overloop verlichting.
Werkplek thuis (lux + reflecties)
Doel: genoeg licht op bureau, weinig schermglans.
- Taak: bureaulamp goed gepositioneerd
- Basis: zacht aanvullend licht
Advies: verlichting werkplek thuis.
Veelgemaakte fouten (en snelle fixes)
Fout: te weinig lichtpunten → voeg taaklicht en sfeerlampen toe, niet alleen “meer watt”.
Fout: verkeerde kelvin → check kleurtemperatuur en maak per zone keuzes.
Fout: slechte kleurweergave → in keuken/badkamer kies bewust: CRI-waarde.
Fout: dimmen zonder plan → begin bij LED dimmer compatibel.
Fout: spots als enige basislicht → gebruik ze als aanvulling of plan ze strak via inbouwspots plaatsen.
Lichtplan checklist (printbaar in je hoofd)
- Plattegrond + meubels + looproutes
- Zones + activiteiten per zone
- Basis/taak/sfeer per zone kiezen
- Lumen (en eventueel lux) controleren → lumen uitleg
- Kelvin + CRI per ruimte bepalen → kelvin en CRI
- Armaturen kiezen (functie vóór stijl)
- Groepen/schakelaars/dimmers plannen → dimbare LED
- Pas daarna shoppen
Verder lezen
Wil je nu meteen de juiste lampen selecteren op basis van jouw plan? Ga door naar LED lamp kiezen of terug naar de complete verlichtinggids.

